Oefeningen

Oefeningen om jouw darts spel te bevorderen!

 

Partijen darten (in competitieverband of toernooiverband) leer je veel van. Je bouwt dan namelijk routine op. Vooral partijen darten tegen sterkere tegenstanders komt je eigen spel ten goede. Je wordt dan veel meer gedwongen beter te gooien.
Aangezien je thuis of op je oefenlocatie niet altijd een tegenstander beschikbaar hebt, ben je ook op jezelf aangewezen om te werken aan je kwaliteiten als darter.
 
Enkele sleutelwoorden die je bij oefeningen in de gaten dient te houden:
 
Afwisseling (niet stomweg alleen maar de T20 proberen te raken)
Plezier (Lukt het niet even? Stoppen! Probeer het een andere keer opnieuw)
Doel (noteer goede prestaties, je motiveert jezelf dan beter om die prestatie te verbeteren)
Regelmaat (beter elke dag een kwartier dan 1 keer per week 3 uren)
 
Nog een optie is thuis oefenen tegen een “virtuele tegenstander”. Hiermee bedoel ik de computer als tegenstander. Het pakket “Virtual dartplayer” acht ik tot op heden als meest geschikt. Bedenk echter wel dat het spelen tegen een virtuele tegenstander één groot nadeel kent: je proeft niet echt hoe het in een werkelijke partij er aan toe kan gaan. Je kunt weliswaar wachten op de beurt van de computer, echter gooit deze in één constant tempo. Praktijk is vaak dat je je eigen beurt gooit, dan de stand intypt en je pijlen op gaat halen. Je hebt grote kans dat je werkelijke tegenstander in de eerst volgende partij een heel ander tempo heeft.
 
De praktijk met dit pakket is vaak als jij je score invoert en daarna je pijlen ophaalt, de virtuele speler zijn beurt gaat gooien en deze is dan al klaar op het moment dat jij weer aan de ocky komt staan voor jouw volgende beurt. Je ziet je tegenstander geheel niet gooien en de wachtperiode die je in je echte partijen altijd hebt, heb je dan overgeslagen. Daarnaast zul je nooit de gehele ambiance waar je bij de volgende partij in komt te staan nabootsen bij je thuis. Desalniettemin is dit pakket toch geschikt om beter te gaan presteren op den duur omdat je een tegenstander van verschillend niveau kunt inschakelen.
 
Ik zelf kies altijd een tegenstander waarvan ik weet dat die goed, zo niet beter is dan mij en waarbij ik dus altijd flink mijn best moet doen om die te verslaan. Als jezelf een terugval kent in je prestaties kun je de tegenstander ook daarop aanpassen en een tandje lager zetten. Indien je blijft winnen van de dan ingestelde sterkte, leg de lat dan hoger – je hebt dan duidelijk progressie gemaakt en bent toe aan een zwaardere klus.
 
Oefenroutines die zonder computer ook eens zou kunnen proberen geven we hieronder:
 
Voor de beginnende darter:
De klok rond (around the clock)
Dit is het allereerste spelletje dat je goed onder de knie moet zien te krijgen. Je gaat de cijfers op het dartbord 1 voor 1 gooien. Je begint bij 1, dan gooi je 2, dan 3, enzovoort. Je gooit dus telkens het volgende cijfer tot en met de 20. In het begin maakt het dan niet uit of je het cijfer dat je moet gooien dubbel of tripple is. Je telt het gewoon als goede score. Mis je op een cijfer, gooi je nogmaals op hetzelfde cijfer, net zolang je raakt en je weer naar het volgende cijfer kunt gaan. Eventueel kun je na de twintig ook de bull nog nemen om het spel af te sluiten. Dat kun je zelf bepalen. Dit is een spel dat je met meerdere darters tegelijk kunt doen. Als iemand mist, mag de volgende darter gooien. Je kunt als je dit spelletje goed onder de knie krijgt de regels altijd nog wat scherper maken door te zeggen dat dubbel of tripple het cijfer dat je moet niet meer telt en als een misbeurt geldt.
 
Voor de meer geoefende darter:
 
De klok rond op dubbels – scoren is volgende dubbel, missen betekend een stap terug doen.
Bij dit spelletje voer je de druk voor jezelf op! Van dubbel 1 t/m 20 met 3 pijlen per dubbel. Begin bij dubbel 1 gooi 3 pijlen en raak je de dubbel dan ga je uiteraard door naar dubbel 2 raak je die dubbel door naar dubbel 3 logisch.
Mis je een dubbel met 3 pijlen dan ga je terug naar de voorgaande dubbel, weer missen is weer een stap terug naar de dubbel die daarvoor zat. Voorbeeld: je gooit in beurt 1 een dubbel 1, beurt 2 een dubbel 2 en een dubbel 3. In beurt 3 mis je de dubbel 4 met alle drie pijlen. Je moet dus nu weer een stapje terug doen en beginnen met dubbel 3. Mis je die ook, nog een stap terug naar dubbel 2.
In dit spel leg je jezelf druk op als je ver komt, missen is terug richting af en hoe verder je komt, des te erger is een misser. Als je ver gevorderd bent kan je er ook nog een record tijd opzetten.
 
Finishing
 
Bij deze training begin je met 60 punten. Dit probeer je uit te gooien met drie pijlen. Lukt dit niet dan zak je met één punt, in dit geval 59, lukt dit wel dan stijg je met 10 punten, naar 70. Vervolgens probeer je de nieuwe score weer met drie pijlen uit te gooien, enzovoort.
Stel dat je dus op 60 staat en je mist, dan kom je op 59. Lukt het je daarna wel om 59 uit te gooien, dan sta je op 69. Mis je 69, sta je op 68, enz. Dit spel is in het begin vrij lastig, maar hoe verder je komt, hoe beter het zal gaan
Je doet er goed aan naast je dartbord een zogenaamde finish lijst groot uitvergroot op te hangen opdat je een handig hulpje hebt hoe je de restscore uit kunt gooien. Door vaak op die lijst te kijken leer je de uitgooi combinaties vanzelf uit je hoofd. Je hebt daar baat bij in je dartpartijen omdat je weinig (of geen) tijd nodig hebt om te bepalen hoe je een getal moet uitgooien.
 
25
 
Bij dit spel begin je met 25 punten. Je mikpunten zijn uitsluitend dubbels, inclusief de dubbele bull. De dubbels die je raakt tel je bij de score op, mis je met drie pijlen een dubbel, dan trek je eenmaal de waarde van die dubbel van de score af. Als je score onder de 0 komt, is het spel over. De bedoeling is om de bull te bereiken zonder onder de 0 te komen en een zo groot mogelijk aantal punten over te houden.
Je begint dus met 25. Stel je raakt de dubbel 1 één keer, tel je er twee bij op en sta je op 27. Mis je de dubbel 2, sta je op 23. Raak je dubbel drie twee keer, tel je er 12 bij op en sta je op 35, enz.
 
x-01 tegen jezelf gooien
 
Wanneer je x-01 aan het oefenen bent, gooi je eerst een complete leg voor jezelf en noteer alle scores en restscores (inclusief de 0 beurten). Nadat de leg afgerond is, gooi je de volgende leg tegen de scores uit de voorgaande leg, waarbij wederom de scores in die nieuwe leg opgeschreven worden. Indien je deze leg uiteindelijk beter gooide (met minder beurten dus) dan de voorgaande leg, laat je deze leg staan en is dat de nieuw te kloppen score (eventueel noteer je ook bij de finish met hoeveel pijlen je deze gooide, opdat je uiteindelijk weet in hoeveel pijlen je de x-01 partij uitgegooid hebt.
 
‘170-en’
 
Ga met iemand anders ‘170-en’. Dit is een spelletje waarmee je de dubbels leert gooien en later ook finishes gaat oefenen. Het zit zo in elkaar: Er hoeft niet getost te worden, want de twee spelers horen bij elkaar. Speler 1 begint met gooien. De score wordt niet van 501 maar van 170 afgetrokken. Je kunt dus al meteen beginnen met uit te gooien. 170 uitgooien is natuurlijk voor gevorderden. Speler 2 gooit weer van de score van speler 1 naar de nul toe. Een voorbeeld:
Speler 1 begint met een score van 45. Er staat nu een score van 170-45=125. Nu mag speler twee. Speler 2 gooit 85. Nu kan speler 1 beginnen met het checken en dus het oefenen (125-85=40). Degenen die de dubbel het eerste gooit heeft een punt. Spreek van tevoren af hoeveel punten er gehaald moeten worden om te winnen.
 
‘legjes’
 
Een ander spelletje is ‘legjes’. Je hebt hiervoor drie spelers nodig. Het doel is om punten te gooien en te leren schrijven. Om te bepalen wie er mag beginnen, ga je eerst ‘bull-en’ Elke speler probeert met een pijl zo dicht mogelijk bij de bull, of in de bull, te gooien. Je raadt het al: de twee die er het dichtste bij zitten mogen beginnen. De derde speler moet schrijven. Je gooit van de 501 of 301 terug en gooit uit met een dubbel. De verliezer moet schrijven en degene die geschreven heeft mag beginnen tegen de winnaar van de vorige partij. Spreek van tevoren af hoe vaak je moet winnen om de hele reeks te winnen.
 
killen
 
Een manier om je dubbels te oefenen is ‘killen’. Hiervoor heb je twee personen nodig, maar het liefste meerdere. Ook niet al te veel, want dan kom je niet zo vaak aan de beurt en dan is het geen goede oefening meer. Je begint met z’n allen om met je ‘verkeerde’ hand, voor rechtshandige dus links en linkshandige met rechts, een pijl in het bord te gooien. Dit is ook nog aardig lastig, maar niet de oefening waar het om gaat. Als iedereen met een pijl het bord heeft geraakt, kan het spel beginnen. Je moet om en om eerst de dubbel gooien, die bij het cijfer hoorde dat je met je ‘verkeerde’ hand gegooid hebt. Als voorbeeld:
Je had 18 gegooid, dan moet je dubbel 18 gaan gooien. Als je je eigen dubbel hebt geraakt, mag je de dubbel van anderen proberen te gooien. Het gooien van andermans dubbels telt pas als je je eigen dubbel hebt gegooid.
Degene van wie zijn dubbel het eerst het van te voren afgesproken aantal keer is geraakt, ligt uit het spel. Als er een speler over is, dan is hij of zij de winnaar van het spel. Je oefent hiermee zeer goed je dubbels!
 
( bron: rakegooier.nl)