Dartiquette

De dart-etiquette bestaat niet uit opgelegde regeltjes, maar het zijn de ongeschreven wetten die in de praktijk altijd zouden moeten worden toegepast. Het gaat om hele elementaire dingen. Beleefdheid, omgangsvormen, algemeen fatsoen.
Er worden bepaalde dingen van je verwacht als speler, teller of toeschouwer.
 
DOEN
 
1. Behandel je tegenstanders en andere spelers zoals je zelf behandeld wilt worden.
Heb respect voor elke tegenstander!

2. Een darter schudt altijd aan het begin van de partij de hand met zijn tegenstander, en wenst hem succes.
Maar ook na de wedstrijd geef je de tegenstander een hand, zeggende dat ie goed gespeeld heeft, of je nou hebt verloren of gewonnen.

3. Loop altijd langs de zijkant van de dartbaan terug.

4. Blijf achter de werpende darter.
Slechts 1 persoon hoort tussen de oche en het dartbord te staan, en dat is de schrijver.

5. Aanmoedigen van spelers.
Doe dit echter niet wanneer een speler aan het bord staat. Dit geldt natuurlijk ook wanneer je bijvoorbeeld de
schrijver op een foutje betrapt.

6. Dit geldt voor de schrijvers: Probeer tijdens een wedstrijd zo rustig mogelijk te blijven.
Veel beweging rond het bord is storend voor de spelers.
 
NIET DOEN
 
1. Je tegenstander proberen af te leiden in de hoop mede daardoor de wedstrijd te winnen.
Het levert je een slechte reputatie op en het is alleen maar irritant. In de meeste gevallen zelfs voor je
eigen teammaten.

2. Recht op de tegenstander af teruglopen. Gewoon netjes langs de zijkant van de baan.
3. Naast, voor of vlakbij de werpende darter gaan staan.
Slechts 1 persoon hoort tussen de oche en het dartbord te staan, en dat is de schrijver.
4. Onnodig veel herrie maken wanneer jouw tegenstander aan de beurt is.
Ook jouw tegenstander wil de kans om zich goed op zijn/haar worp te concentreren.

5. Praten tegen jouw tegenstander. Of irritante geluidjes maken.
Het zachtjes tikken van dartpijlen kan al als bijzonder irritant worden ervaren.
Niet doen als je respect hebt voor je tegenstander.

Het noemen van bovenstaande “regels” zou eigenlijk totaal overbodig moeten zijn. Er staat absoluut niets bij wat buiten de algemene normen van fatsoen leggen. Helaas blijkt in de praktijk dat deze “regels” nog steeds week in – week uit overtreden worden.

Zo moeilijk is het toch niet om je normaal te gedragen en een beetje rekening te houden met elkaar. Je tegenstanders zijn, net als jij, een gezellig avondje uit.

… en, Voor al het bovenstaande geldt:
“Wie de schoen past, trekke hem aan”.
 
Wat u niet wist
 
… gebruik van een elektronisch scorebord (bij 501, 701 en 1001) en een telraam (bij Tac-Tics) tijdens een wedstrijd is toegestaan?
Voorwaarde is dat beide spelers / beide teams ermee akkoord gaan.

… de wedstrijdbaan minstens een half uur voor de uiterste aanvangsttijd van de wedstrijd beschikbaar moet zijn om in te gooien?
… het thuisspelende team, als goede gastheren, de bezoekers in de gelegenheid moet stellen om minstens een kwartier voor aanvang op de wedstrijdbaan in te gooien?
… de speler, die aan de beurt is, altijd aan de scheidsrechter (=schrijver) mag vragen:
… de scheidsrechter niet mag vertellen hoe de overgebleven score kan worden uitgegooid?
… scores pas geschreven mogen worden nadat alle drie de darts zijn gegooid?
… je de darts pas uit het bord mag halen nadat de scheidsrechter de score heeft opgeschreven?
Dit is om geouwehoer achteraf te voorkomen…TIP: Haal altijd ZELF je pijlen uit het bord.
… je de scheidsrechter alleen maar direct voor je eerstvolgende beurt mag verbeteren?
En dan natuurlijk niet over foute scores, maar alleen over rekenfouten.
… de scheidsrechter op moet letten of de spelers zich correct aan de werpafstand houden?
Voetje helemaal achter de oche. Niet erop. Niet ervoor. Erachter. Helemaal.
… de scheidsrechter een officiĆ«le waarschuwing mag geven als een speler zich hier niet aan houdt?
… de scheidsrechter de worp ongeldig mag verklaren als een speler besluit compleet ***** aan de scheidsrechter te hebben, en dat de worp dan niet mag worden overgespeeld?
… Alle darts tellen, zolang de punt het bord maar raakt?
Dus ook pijlen die tussen het draad zijn blijven hangen, of aan andere pijlen zijn blijven hangen.
Zolang de punt het bord maar raakt. De zgn. “Robin Hood” pijlen tellen NIET. De punt zit dan in de achterkant van een andere pijl, dus niet in het bord.
  
( bron: speeldarts.nu)