Hoe en wat

Dartpijlen

 
Dartpijlen zijn in allerlei soorten en maten te verkrijgen.
Ze zijn opgebouwd uit 3 stukken:
dart-components
 

Barrel

 
Het belangrijkste is de barrel. De barrel is bepalend voor het gewicht waarmee we gooien. Er zal een tijdje geëxperimenteerd worden voor we voor onszelf het juiste gewicht gevonden hebben. Ook de vorm van de barrel is van zeer groot belang. De dart moet prettig in de hand (tussen de vingers) liggen. Let bij het kopen van een set darts ook goed op de grip van de barrel. Weetje van jezelf dat je handen vlug vochtig worden, kies dan een set met een zogenaamde volgrip barrel, waar je goed houvast aan hebt. Een speler met droge handen raden we aan een set met gladde barrels te nemen.
 

Het dartbord

 
1. Het dartbord moet zodanig tegen een muur worden bevestigd, dat het middelpunt van het dartbord, de bull, zich op 173 centimeter hoogte van de vloer bevindt.

2. De gooiafstand moet, horizontaal vanaf de voorkant van het dartbord gemeten, 237 centimeter bedragen. Bij vroegtijdig naar voren lopen in een worp, telt deze score niet omdat je een ‘voetfout’ maakt.

3. De gooilijn, of wel de ‘ochi,’ (uitgesproken: ‘okki’) moet duidelijk worden gemarkeerd en moet minstens 45 centimeter lang zijn. Een balk waar je je voet tegen aan kan zetten is handig, omdat je dan minder snel de gooiafstand verkleint, door naar voren te schuiven met je voet.

4. Zorg voor voldoende en goed licht. Aangeraden wordt om twee spots aan weerszijde van de baan boven het bord te hangen. Dit voorkomt schaduw op het bord!
 
Dartmaten2
 

Werp Techniek

 
Een pijl vliegt in een parabolische lijn naar zijn doel (als het goed is). Voor een goede worp is het belangrijk dat de pijl deze lijn volgt. Deze lijn kan hoger of lager zijn, afhankelijk van de kracht waarmee de pijl wordt gegooid.
 
techniek1
 
Hoe moet je een pijl nu gooien om de pijl op deze manier te werpen…
Dat wordt duidelijk als we naar de ‘ mechaniek’  van de arm kijken…`
techniek2
 

De uiteindelijke worp, de beweging van de arm

 
Bovenstaand plaatje is heel belangrijk en vormt de basis van je darttechniek. Wanneer iemand begint met darten zou hij/zij allereerst zich de juiste techniek moeten aanleren, alvorens te concentreren op hoge scores.

Hoewel iedereen anders gooit, zijn er een aantal die dingen die in ieder geval gedaan moeten worden:

  • Het hele lichaam moet zo onbeweeglijk mogelijk zijn
  • Het gooien van de pijl moet gebeuren door actie van de onderarm, NIET de hele arm
  • De bovenarm hoeft niet perse zo horizontaal te staan als op het eerste plaatje, maar zeker niet te gebogen.
  • Bij het naar achter bewegen van de pijl (voor de acceleratie) blijft de bovenarm op zijn plaats!
  • Hoever je de pijl naar achter beweegt, is persoonlijk en afhankelijk van de kracht waarmee je gooit.. Oefen om de juiste afstand te vinden.
  • Als je de onderarm naar voren beweegt om te gooien, beweegt de bovenarm van nature wat omhoog. Dit is zeker niet erg!
  • Wijs de pijl na en beweeg je arm niet meteen naar beneden.
  • Sommige spelers ‘knappen’  ook met hun pols op het moment dat ze gooien voor meer acceleratie. Dit is ook persoonlijk en het ligt aan jezef of je dit ook doet.
  • Spinnen: Hoewel spinnen een extra actie is en daardoor de kans op onnauwkeurigheden vergroot, zorgt de spin zelf juist weer voor meer stabiliteit.. Deze twee dingen heffen elkaar als het ware op, dus wederom moet je zelf weten of je dit gebruikt.
  • Het loslaten: Dit moet zich gewoon natuurlijk ontwikkelen. Zorg dat het goed aanvoelt. Veel oefenen dus!

 

Indien je eenmaal een eigen stijl hebt, probeer deze niet plotseling te veranderen in een zogenaamde betere stijl. Het is nog niet bewezen, maar de kans dat je hiermee darteritus oploopt is aanwezig.

Nog een goed verhaal over het gooien van de darts:
 
De techniek
Op de dartbase is een zeer uitgebreide (Engelse) en zeer informatieve tekst beschikbaar over de fysische achtergrond van het darten. Zeker een aanrader voor als je een diepgaander onderzoek in je werpstijl wil gaan uitvoeren.
In de tussentijd kan je hier enkele tips lezen voor het ontwikkelen van een aerodynamsiche worp.
 
Staan
Eigenlijk is er maar één regel over het goed staan bij het darten: zorg dat je stabiel staat. De rest zijn niets anders dan hulpmiddelen om dat te bereiken.
Zorg ervoor dat beide voeten ten aller tijden de grond raken en zorg ervoor dat je niet te ver voorover leunt. Beiden zorgen ervoor dat je tijdens het gooien niet nog eens op zoek moet naar balans.
 
De grip
Een aantal basisregels zijn van toepassing, voor de rest is het ontwikkelen van een “natuurlijke” stijl van groot belang.

  1. De pijl wijst licht omhoog. Zeker niet omlaag! (zie kopje “wiebelen”)
  2. Houd de pijl stevig vast, maar zonder te verkrampen. De pijl moet gemakkelijk los gelaten kunnen worden, maar niet uit je handen vallen.
  3. Gebruik minimaal 3 vingers bij het vasthouden, om ervoor te zorgen dat de enige beweging die je pijl maakt in de richting van het bord is.
  4. Ontspan.

 
Wat betreft de specifieke stijl, er bestaan er velen. Ook hier is geen stijl superieur aan een andere. Hieronder staan een aantal voorbeelden.
 
De Pen. Phil Taylor (de meest succesvolle speler ooit) gebruikt deze stijl. De pijl wordt vastgehouden als een soort pen. Veel mensen gebruiken in het begin deze stijl.
 
Touch the Tip. Bij deze stijl (Eric Bristow werd er 5 maal wereldkampioen mee) wordt de pink op de top van de pijl gelegd, om zo meer stabiliteit te krijgen.
 
Drie vingers. Wordt veel bij Bombers gebruikt. Bij deze kleinere darts is er nl. weinig ruimte om meer vigers kwijt te raken. John Low en Steve Beaton werden er wereldkampioen mee.
 
De elegante pink. De pink is de enige vingers die niet in de buurt komt van de pijl. De andere vingers houden de barrel stabiel. Rod Harrington gebruikt deze worp.
 
De pijl werpen
Voor het werpen van de pijl bestaat één goude regel: Alleen je arm beweegt! Dit betekend dat je lichaam vanaf je schouder af zoveel als mogelijk stil staat tijdens de worp. De worp wordt geheel gemaakt met de onderarm en de hand!
 
De fases van de worp

    Mik. Focus op je doel op het dartbord, niet de schoonheid aan de bar.
    Haal je arm terug, voor het verkrijgen van snelheid. Hoe verder je je hand terughaalt, hoe meer snelheid je in de volgende fase krijgt zonder dat je kracht hoeft te zetten! Idealiter is dit de enige bron van kracht voor je worp!
    Acceleratie. Probeer zo stabiel aals mogenlijk de pijl weg te werpen. Doe dit gelijkmatig en rustig. Op die manier verkrijg je de meeste snelheid zonder nauwkeurigheid te verliezen.
    Loslaten. Op het “juiste” moment. Wanneer dit is kan je het beste zelf bepalen.
    De “follow trough”. Na het loslaten van de pijl geniet het de voorkeur om je hand de pijl na te wijzen met je hand. Maak dus je beweging af. Op deze manier ben je ervan verzekerd dat je de pijl rustig en goed loslaat en dat je niet al met je hand op weg bent naar de volgende pijl. De trippel 3 komt anders steeds meer in zicht.

 
Wiebelende worp?
Vrijwel alle werpers beginnen met een onstabiele (wiebelende) vlucht van de pijl. Deze onder controle krijgen is een zeer belangrijke stap om te maken. Deze wiebel kan een aantal oorzaken hebben:

  • De pijl maakt geen parabolische vlucht. Als je de bovenstaande regels volgt is deze oorzaak zeer onwaarschijnlijk.
  • De shaft-flight combinatie is niet aerodynamisch genoeg. Ga in dit geval naar een dartwinkel en laat je adviseren. Is de flight misschien te klein, waardoor deze niet voldoende stabiliseerd? Of gebruik je te lange shafts?
  • Je pijlen zijn te zwaar (waardoor je te veel forceert) of te licht (waardoor je de pijl te veel kracht meegeeft).
  • Je arm maakt ergens een beweging die niet richting het bord is.
  • De pijl maakt ergens een neergaande beweging tijdens de greep. Als dit gebeurd moet je pijl een omhooggaande beweging maken tijdens de flight, het geen de nauwkeurigheid zeker niet ten goede komt (steigeren).
  • De pijl wijst te veel omhoog. Hierdoor maakt de pijl een snelle val in het begin van de worp, hetgeen ook een helehoop nauwkeurigheid kost.
  • Je staat niet goed stil. Je positie achter de ockey is niet stabiel, bijv omdat je achterste been de grond niet raakt.

   
(bron: pijlsnel95.nl)